‘Na de 6-0 dachten we: het zal toch niet echt gebeuren?'

Artikel
‘Na de 6-0 dachten we: het zal toch niet echt gebeuren?'

Het is één van de meest historische wedstrijden ooit in de Nederlandse competitie. Op 24 oktober 2010 verpletterde het PSV van Fred Rutten Feyenoord: 10-0. Tien jaar later blikken Ibrahim Afellay, Orlando Engelaar, Ola Toivonen en Mart van den Heuvel terug op het duel van eeuwigheidswaarde.

Uniek
“Naarmate je ouder wordt, besef je pas hoe uniek het is wat je als team hebt neergezet”, vertelt Afellay. De inmiddels 34-jarige ‘Ibi’ heeft tijdens zijn voetbalreis door Spanje, Duitsland, Griekenland en Engeland veel gezien, maar deze pot staat vanzelfsprekend nog op zijn netvlies gebrand. Met twee assists vertolkte hij bovendien een belangrijke rol in het historische duel. “Ik speelde volgens mij wel aardig”, kan hij zichzelf herinneren. Of hij een dergelijke uitslag van tevoren aan zag komen? “Je gaat zo’n wedstrijd in met alle goede bedoelingen, maar dit ziet niemand aankomen. Dat maakt het zo uniek.”

Zijn compagnon op het PSV-middenveld, Orlando Engelaar, denkt er hetzelfde over. “Nu je tien jaar verder bent gaat het weer leven. Je gaat terugdenken en dat blijft mooi. Als het geen 10-0 was geworden hadden we hier nu niet gezeten”, zegt Engelaar met een knipoog tijdens het interview. De voormalig nummer acht van PSV tekende met een snoeiharde kopstoot voor de 8-0. Juichen deed hij amper. “Ik vind niet dat je bij 8-0 nog rondjes om het veld moet rennen.”

Rustige start
Toen één van de uitblinkers die middag PSV een klein uur eerder aan het eerste doelpunt hielp, was dat nog anders. Na 24 minuten maakte Jonathan Reis zijn eerste van uiteindelijk drie doelpunten die dag. Engelaar, Afellay, Van den Heuvel en Toivonen zuchten en lachen tegelijk als de naam van de Brazilaan valt. “Jonathan was een geweldige jongen in de groep, die altijd openstond voor dolletjes”, zegt laatsgenoemde. “Maar”, valt Van den Heuvel hem bij. “Als hij niet op de club was, wist niemand waar hij uithing. Hij was gewoon niet te traceren.” De oud-teammanager weet dat de Braziliaan een lastige jeugd had. De ex-spits groeide op in Contagem, een stad ten noorden van Rio de Janeiro. Zijn familie leidde een arm bestaan. Voor Reis waren verdovende middelen nooit ver weg. Het resulteerde meermaals in schorsingen en akkefietjes. “Maar hij bracht als voetballer iets met zich mee. Dan dwing je al gauw respect af bij je teamgenoten”, zegt Afellay. Engelaar: “Het was een ondeugend ventje.”

Flitsend begin tweede bedrijf
Terug naar de wedstrijd, die na rust pas echt een vlucht nam. Tussen minuut 45 en 62 liep PSV van 2-0 uit tot 7-0. “We maakten gretig gebruik van de ineenstorting van Feyenoord”, weet Engelaar nog. Toivonen: “Ik dacht alleen maar: doorgaan, doorgaan.” De supporters in  het Philips Stadion versterkten dat gevoel. Afellay: “Ik hoorde ze ‘tien, tien, tien’ scanderen. Dan maak je de 5- en 6-0 en dan denk je: het zal toch niet echt gebeuren.” Engelaar stond bijna gedesillusioneerd op het veld. “Iedereen wil winnen, maar ik voelde ook de pijn bij de Feyenoorders. Sportiviteit staat bij mij hoog in het vaandel”

Wie datzelfde gevoel had, was Fred Rutten. De toenmalig trainer van PSV probeerde zijn ploeg in 66e minuut tot bedaren te brengen. Bij een 7-0 stand wisselde hij Afellay en sterkhouder Wilfred Bouma. Het signaal dat hij daarmee wilde afgeven? Genoeg is genoeg. “Meen je dat?”, roept Afellay verbaasd. Van den Heuvel: “Zo zit Fred in elkaar. Hij zou zelf ook niet de trainer willen zijn, die zo’n pijnlijke nederlaag te verwerken krijgt.” Afellay: “Fred is een fantastische trainer, maar bovenal een heel goed mens. Hij denkt ook aan de tegenstander. Niemand vindt het leuk om vernederd te worden.”

Geen medelijden  
Dat medeleven had Toivonen destijds niet. “Ik wilde écht die tien halen”, zegt de Zweed. “Ik was helemaal niet bezig met Feyenoord, concentreerde me alleen maar op ons team. Ik wilde gewoon winnen”, aldus Toivonen. “Naast sportman ben je ook mens”, countert Afellay, die wel te doen had met de Feyenoorders. “Maar zo’n resultaat is wel een droomscenario hoor. Na afloop kijk je elkaar in de kleedkamer aan en denkt iedereen: dit hebben we toch maar even geflikt.”

Bekijk ook