PSV boekte in het AFAS Stadion een overtuigende 5-1 zege op AZ. Hoofdcoach Peter Bosz en hattrickheld Guus Til prezen de ploeg om de sterke start van de wedstrijd, maar volgens hen lag de reden voor het sterke optreden dieper. “Dat is wat een ploeg wel of niet kampioen kan maken.”
Hoe kijk je terug op het optreden van Guus Til?
“Hij maakte prachtige doelpunten en dan met name die tweede met zijn loopactie. Hoe hij dat deed, was heel bijzonder. Je probeert iedere speler in zijn kracht te brengen en dat is met hem weer goed gelukt.”
Hoe kijk jij naar dat tweede doelpunt van Til?
“Hij komt vanaf eigen helft in volle sprint, moet dan technisch een moeilijke bal aannemen en hem net langs Wouter Goes tikken. Vervolgens houdt hij het overzicht, terwijl hij op volle snelheid richting de keeper gaat. En dan zo beheerst afmaken, daar kan ik echt van genieten. In dat doelpunt zat alles: techniek, snelheid en overzicht.”
Was het dus niet moeilijk om weer voor deze opstelling te kiezen na het midweekse duel?
“Ik probeer naar de lange termijn te kijken en dat is met Pepi in de punt van de aanval, maar hij moet wel fit zijn. Toen Pléa wegviel in het begin van het seizoen, moest ik hem redelijk geforceerd opstellen. Hij is nu nog steeds niet helemaal terug van zijn blessure en dat is logisch. Nu loopt het goed met Guus en dan kun je hem rustiger brengen.”
AZ krijgt op een gegeven moment de kans om de wedstrijd spannend te maken. Wat zegt die fase jou?
“We begonnen geweldig aan de wedstrijd op een heel hoog tempo en we speelden goed onder de hoge druk van hen uit. Tegen een sterke tegenstander als AZ moet alles kloppen en ik heb vandaag heel veel goede dingen gezien. Na de 2-0 kantelde het: AZ zette niet meer echt hoog druk en daardoor kregen wij achterin veel meer tijd aan de bal. We werden slordig, maar toen viel ook ineens weer de 3-0. Het grootste kantelpunt was dat de 3-2 er niet in ging. Zo klein zijn de marges.”
In de slotfase van de wedstrijd zie je dat de invallers net zo gretig zijn als de basiself. Hoe kijk je daarnaar?
“Dat is wat een ploeg wel of niet kampioen kan maken: je invallers. Word je er slechter of beter van? Wij werden er duidelijk beter van. Een goed voorbeeld daarvan is hoe Couhaib Driouech bij het vijfde doelpunt voor de zoveelste keer terug sprint, weer naar voren rent en de bal zo op het hoofd van Guus prent. Datzelfde geldt voor de invalbeurten van Obispo en Flamingo.”
Het was een duel tussen jullie als nummer twee en de nummer drie AZ. Toch was het niveauverschil enorm, vond je niet?
“Wij hebben AZ geanalyseerd en geprobeerd ze niet aan het voetballen te krijgen. Zij moesten de lange bal gaan spelen. Dat resulteerde in het feit dat zij achter de bal aanliepen en wij ons spel konden spelen.”
GUUS TIL
Hoe voelt dit tegen je oude ploeg?
“Ik ben hier deels opgegroeid en ken iedereen hier, dat is wel extra speciaal.”
Hoe kijk je terug op het duel?
“We hadden op het begin afgesproken dat we echt op ‘power’ gingen voetballen en dat werkte goed. Na een halfuur ging het wat minder en werden we wat slordiger aan de bal. We wisselden toen hele goede met hele slechte momenten af en dat is ook voetbal.”
Je tweede hattrick in dienst van PSV. Hoe bevalt je positie je nu?
“Dat voelt natuurlijk goed. Maar als ik op negen speel, speel ik als ook als tien en vice versa. Het is niet heel anders, want ik en Ismael staan vooral naast elkaar.”
Zit er wel enig verschil in het spelen vanaf de spitspositie of als échte nummer tien?
“Het enige verschil is dat als we doorkomen over de flanken, ik er als eerste moet staan. Dan ga je als spits eigenlijk eerst buitenspel staan. Als ik Luuk voor me zag spelen voorgaande seizoenen, dacht ik daar ook over na. In het begin is dat even wennen, maar dat gaat vrij snel.”
Dat tweede doelpunt was wel een hele mooie, hè?
“Dat deed ik puur op intuïtie. Je bent op zo’n hoge snelheid, ziet opeens iemand van links komen en dan moet je heel snel handelen. Daar denk je niet echt bij na.”
In de tweede helft laten jullie zien dat jullie ook in een laag blok kunnen staan. Hoe kijk jij daarnaar?
“Dat hebben we dit jaar wel echt geleerd. We hoeven niet altijd vooruit en kunnen ook wachten in een laag blok. Net als bij het doelpunt van Joey. Daarin hebben we onszelf wel echt ontwikkeld.”