Locadia: 'Toeren en even alles vergeten'

Locadia: 'Toeren en even alles vergeten'
8 min

De Can-Am Spyder is voor Jürgen Locadia niet alleen een leuk speeltje. Het geeft de PSV-aanvaller ook rust. “Ik heb vaak een moment voor mezelf nodig. Even mijn hoofd vrijmaken.” Speciaal tijdens deze decemberdagen stellen we het interview uit het PSV Magazine met Jürgen Locadia voor iedereen beschikbaar.

Weggedoken in de witte jas piept zijn gezicht maar net onder de bontkraag vandaan. “Weet je hoe koud het is?”, zegt Jürgen Locadia als hij zijn Can-Am Spyder voor de hoofdingang van het Philips Stadion tot stilstand heeft gebracht. De winter laat zich nog lang niet voelen, maar Locadia heeft met de Spyder vooral een leuk speeltje voor de warme dagen in huis gehaald. Voor deze ene keer wil hij best even door de Frederiklaan brommen, ook met de ‘slechts’ dertien graden die de thermometer deze middag aangeeft. Twee jaar geleden schafte hij zijn motorachtige quad aan. Zijn maatje Memphis had er een en zó’n ding wilde Locadia ook wel. Waar die van Memphis groen-wit-grijs was, hield Locadia het simpel; zwart met rode accenten. Stoere bak, drie grote wielen en een flinke kerel maken het plaatje tot een kek geheel. “Ik vind het gaaf omdat hij apart is. Je ziet ze niet vaak.”

Memphis vertrok naar Manchester en verkocht de zijne. Nu rijdt Locadia samen met zijn maatjes Joshua Brenet, Jetro Willems en Luciano Narsingh die er ook zo een aanschaften. Hij grijnst. “Gaan we toeren.”

Een interview met Jürgen Locadia in PSV Magazine | Foto's © Bram Berkien

Hoofd vrijmaken
Vaker rijdt Locadia in zijn eentje een rondje. In de zomer elke dag, naar de training, naar huis of gewoon even een ommetje. “Mijn hoofd vrijmaken. Dan is het lekker even te rijden, alles kwijt te raken. Ik heb vaak zo’n moment voor mezelf nodig.” Het liefst zoekt hij dan zijn vertrouwde rustige plekken op. Even tot rust komen in het park dicht bij het huis waar zijn moeder nog altijd woont in Meerhoven. Ook het industrieterrein in Tilburg-Noord behoort tot zijn vaste bezoekadressen. Het is op een paar straten van de plek waar Locadia op zijn veertiende naartoe verhuisde toen Willem II hem in de jeugdopleiding opnam. “Daar hebben we met ons gezin ons leven opgebouwd.”

Stille jongen
Het duurde echter even voordat de stille jongen zich in Tilburg had gesetteld. Na een jeugd in Emmen bracht het voetbal hem in het zuiden. Hij ging er zijn droom achterna, maar het najagen ervan ging gepaard met een onwennig begin. Een andere cultuur, andere mensen, ander dialect. “Het heeft lang geduurd voor ik me openstelde voor anderen. Ik ben geen prater, een gesloten jongen. In een nieuwe omgeving ben ik altijd zoekende, tast ik af. Dat was een moeilijke tijd; ik maakte door die houding geen contact met andere jongens. Als nieuwkomer op school en bij een club sta je dan alleen. Gelukkig had ik het voetbal waarin ik alles kon vergeten. Op de training en in wedstrijden denk je nergens meer aan.

Thuis en op school was het anders. Dan word je geconfronteerd met een ander leven. Dan trok ik me terug, sloot ik me op in mijn kamertje.” Na ruim een jaar ontdooide Locadia en leerden mensen de jongen kennen die achter dat schild verscholen zat. “Ik had die tijd nodig om open te worden. Daardoor heb ik vrienden leren kennen van wie ik weet dat ze er altijd zullen zijn. Zij kennen mij zoals de persoon die ik ben.” Zijn jeugd maakte hem tot iemand die wat wantrouwend naar de buitenwereld kijkt. Gemakkelijk was de tijd van opgroeien en volwassen worden namelijk niet voor Locadia. Zijn Colombiaanse vader vertrok al vroeg uit zijn leven. Locadia was twee jaar. “We hebben contact gehouden. Goed wil ik het niet noemen, maar het is er altijd geweest. Je leert ermee leven, een leven zonder vader. Gemakkelijk was het niet.”

Vergiffenis
De PSV’er draagt de naam van zijn moeder, afkomstig uit Curaçao. Samen met zijn drie zusjes volgde het gezin de weg waar het voetbal hen bracht. Van Emmen naar Tilburg en van Tilburg naar Eindhoven waar PSV hem een kans gaf in de jeugdopleiding. “Mijn moeder bracht me overal met de trein, een rijbewijs had ze niet. We hadden geen geld en moesten ons redden met minimale middelen. Het is me altijd bijgebleven wat zij voor me gedaan heeft. Net als mijn zusjes. Zij hadden overal vriendinnen, in Emmen en Tilburg, maar steeds moesten ze weer een nieuw leven opbouwen als het voetbal ons elders bracht.” De hoop van het gezin Locadia was gevestigd op de oudste van de vier, de enige man in het gezin. Ook Locadia voelde al vroeg een verantwoordelijkheid op zijn schouders rusten. Als de capuchon van zijn jas wat afzakt komt een Arabische tekst tevoorschijn in zijn nek. “Vergiffenis”, verklaart hij. “Naar mezelf. Soms moet je jezelf vergeven. Ik heb geleerd dat niet alles in het leven aan jezelf ligt.” Hij haalt zijn thuissituatie aan. “We hadden het niet breed, leden weleens honger. Als kind krijg je het snel genoeg mee als je familie lijdt. Dat deed me pijn en ik trok het me aan. Als enige man in het gezin, oudste van de vier voelde het als mijn taak, mijn plicht voor mijn moeder en zusjes te zorgen. Als kind kun je dat helemaal niet. Dat nam ik mezelf kwalijk. Inmiddels heb ik mezelf voor die tijd vergeven.

Het voelt als een zegen dat ik ze nu wél kan geven wat we zo gemist hebben. Niet het materiele, daar gaat het niet om in het leven. Een basis, een warme band. Die hebben we samen en die maakt ons sterk.”

Vroeg volwassen
De rol van de man in huis maakte hem vroeg volwassen. Al op jonge leeftijd had de PSV’er een serieuze relatie, ging samenwonen en op zijn negentiende kreeg hij er nóg een verantwoordelijkheid bij. Locadia werd vader van een zoon: Yaricio. “Die naam heb ik zelf bedacht. Ik had die nog nooit ergens gehoord.” Yaricio is inmiddels twee, Locadia 22 en de relatie met de moeder van zijn zoontje liep stuk deze zomer. “In het begin had ik het er moeilijk mee, met de breuk en dat je je kleintje minder ziet. Hij is nu op maandag en woensdag bij mij. Zijn moeder en ik zoeken nog naar een goede regeling.” Het voetbal dat hem altijd houvast bood, was nu niet de geschikte uitlaatklep. Locadia had wéér geen basisplek. De frustraties in zijn privéleven en op het veld liepen even teveel samen; uit protest bleef hij weg van de training. “Alles kwam bij elkaar, ik trok het even niet meer. Maar dat weet de buitenwereld niet, een mening is dan al gauw gevormd. Ik heb er geen last van gehad. Eerst las ik alles, nam ik alle meningen in me op. Dat doe ik niet meer. Door wat ik meemaakte in mijn jeugd heb ik geleerd me af te sluiten, de knop om te zetten.”

Het was een moment van zwakte waarvan Locadia leerde. Meer dan ooit leeft hij in het moment, leerde hij geduld op te brengen. Wéér. Hij lacht. “Ik vraag me weleens af hoe het kan, dat ellenlange geduld wat ik moet opbrengen. Het lijkt wel of mijn wegen altijd langer zijn dan die van een ander. Maar ik houd me juist ook vast aan het voetbal, omdat je dan alles vergeet. Ik heb daarin geleerd te genieten van wat er wel is, leef bij de dag en ben nog meer voor het voetbal gaan leven. Dat ging ook samen met het vaderschap. Je kunt niet blijven uitgaan als je een kleine krijgt. Je moet je verantwoordelijkheid nemen.”