Portret: Willy van de Kerkhof

Artikel
Portret: Willy van de Kerkhof

Een afscheidswedstrijd is weinig Nederlandse voetballers gegeven. Willy van de Kerkhof kreeg er één aangeboden op 28 september 1988. Ruud Krol, Johan Neeskens, Oleg Blochin en een groot aantal andere stervoetballers zwaaien dan de 37-jarige Van de Kerkhof uit.

Vijftien jaar lang heeft hij zich in het zweet gewerkt voor PSV. De KNVB benoemt hem tot bondsridder, een eer die –behalve manager Ben van Gelderen- geen enkele andere PSV’er ooit te beurt is gevallen.

Met de geuzennaam ‘stofzuiger’ doe je Willy van de Kerkhof dan ook tekort. Hij was niet alleen de man die Van der Kuijlen bij PSV liet excelleren, maar ook degene die door Johan Cruijff bij het Nederlands elftal werd gehaald. Willy van de Kerkhof dankt zijn faam eerst en vooral aan een fantastische mentaliteit.

Tien jaar na het winnen van de UEFA Cup in 1978 heeft Willy van de Kerkhof houdt Willy zich beschikbaar als een soort superjoker. De Europa Cupwinst van 1988 maakt hij vanaf de bank mee. Dan is de tijd aangebroken om afscheid te nemen. Van de Kerkhof ziet zijn opvolger al rondlopen. “Bij ons in het tweede loopt een zekere Edward Linskens, die heeft het in zich om mij op te volgen”, aldus Van de Kerkhof in het boek voor Rood-Wit Gezongen.