Portret: Søren Lerby

Artikel
Portret: Søren Lerby

‘Over the hill’, ‘Komt hij afbouwen in Eindhoven?’ Als PSV in de zomer van 87 Søren Lerby overneemt van AS Monaco zijn de kritieken verre van positief. De Deen, gelouterd in de Europese top bij Ajax en Bayern München, is in Frankrijk in de herfst van zijn carrière beland. Dartelen over het veld doet hij al lang niet meer.

Het is de ijzeren winnaarsmentaliteit die hoofdcoach Guus Hiddink overtuigt, als hij incognito in  Monaco gaat scouten.  “Na de warming-up wist ik het al, ophalen”, zegt Hiddink begin deze eeuw in gesprek met Tom Egberts, presentator van Sport in Beeld dat terugblikt op de Europese triomftocht van PSV. “Het had iets mystieks, enorm geconcentreerd en fel. Dat miste ik bij PSV.”

Superkritisch, dat is Lerby. Na twee seizoenen Bayern München merkt medespeler Klaus Augenthaler op, dat hij de Deen nog nooit iets positiefs over een ander heeft horen zeggen. Lerby scheldt en tiert, maar inspireert daarmee. Hij rust pas als een wedstrijd - of zelfs trainingspartijtje - is gewonnen. Ploeggenoten noemen hem bikkelhard en stoïcijns. Een soort oermens.

In een elftal dat het moet hebben van tactische rijpheid en wilskracht is Lerby één van die spelers die nadrukkelijk zijn stempel drukt op PSV. Hiddink geniet van zijn karakter. ‘’Je hoeft maar een negatief stuk over hem in de kantine op tafel te leggen en de wedstrijd erop laat hij je zien hoe goed hij is.’’

In de Europa Cup I-finale tegen Benfica benut Lerby één van PSV’s zes strafschoppen. Dat hij Hans van Breukelen ’pak eens wat man’, toesnauwt als hij na zijn rake strafschop langs de doelman loopt is tekenend voor zijn persoon. Als Carlos Mozer toch scoort staat Lerby in de middencirkel te tieren. Dat stopt pas als Van Breukelen de inzet van Miguel Veloso keert. Zo is Lerby.