Het gloriemoment van Lubse

Artikel
Het gloriemoment van Lubse

Het tweeluik met FC Magdeburg uit 1978 kent ontelbare verhalen. De 1-0 nederlaag in de heenwedstrijd, het balanceren op de rand van de afgrond in de return of de zoekgeraakte of vergeelde wedstrijdbeelden om er een aantal te noemen. Maar boven alles is PSV - FC Magdeburg het verhaal van de glorie van Harry Lubse.

In de jaren zestig van de vorige eeuw dromen voetballers nog van regionaal heldendom. Henricus Carolus Gerardus Lubse is zo’n voetballer. Ooit hoopt de Eindhovenaar onder de lichtmasten van het Philips Sportpark te spelen. Lubse spaart foto’s van zijn PSV-helden en is uitzinnig van vreugde als hij na een wedstrijd een handtekening van Willy van der Kuijlen bemachtigt. Zijn idool.

Dat zijn idool in 1978 in de UEFA Cup-finale mag schitteren dankt hij aan Lubse. Lubse, de teamspeler pur sang, verricht in de jaren zeventig het vuile loop-, sloop en stoorwerk voor de vedetten van PSV. Echt snel is hij niet, Lubse is geen echte kopper en ook geen goaltjesdief. Dertig treffers in een seizoen zal hij nooit maken. Slim en leep is Lubse wel en hij blijkt in 1978 perfect te passen in een aanval met René van de Kerkhof, Gerrie Deijkers en Van der Kuijlen, zijn idool.   

In die rol pikt Lubse dat jaar geregeld zijn goaltje mee. In de competitie liefst 14 in 34 wedstrijden. Zij gloriemoment beleeft Lubse op woensdag 15 maart 1978. Na een 1-0 nederlaag in Duitsland, kruist PSV opnieuw de degens met FC Magdeburg. Een ploeg die dankzij de winst van nationale en internationale prijzen op dat moment tot de beste van Duitsland gerekend mag worden. Een ploeg die in de return na dik een half uur bovendien op voorsprong komt. Martin Hoffmann dompelt een volbepakt Philips Stadion in rouw als hij FC Magdeburg op 0-1 zet. PSV moet minstens driemaal scoren om door te bekeren.

Dat lukt het team van trainer Kees Rijvers, maar omdat de Duitsers na 70 minuten wederom het net weten te vinden dreigt uitschakeling. In de slotminuut van het zinderende duel belandt een bal via doelman Dirk Heyne plots voor de voeten van Lubse. Het dak van het doel is het eindpunt van het schot dat hij daarna lost: 4-2. Met twee handen in de lucht en een ingetogen vreugdesprong laat Lubse het gejuich van de tribunes op zich neerdalen. Het is voor eeuwig het gloriemoment van Lubse.