Oorlogsdreiging: de evacuatie van Philips

Artikel
Oorlogsdreiging: de evacuatie van Philips

PSV staat tussen 12 en 18 september stil bij 75 jaar vrijheid in Eindhoven. Dagelijks verhalen we online over de club in oorlogstijd. Dit is deel 1: de evacuatie van Philips.

De Tweede Wereldoorlog moet nog beginnen, maar aan het begin van 1939 is Philips er al helemaal op voorbereid.

Weg van huis
Via zijn contacten in Duitsland is president-directeur ir. Frans Otten van Philips perfect op de hoogte van de politieke en militaire ontwikkelingen aan de andere kant van de oostgrens met Nederland. Otten neemt het initiatief tot beschermingsmaatregelen voor het concern en verzoekt de Nederlandse regering een wetsregeling te treffen, die het Philips mogelijk maakt de zetel van de NV te verplaatsen naar een ander deel van het koninkrijk. Op die manier wil hij de bezittingen van het bedrijf buiten Europa onbereikbaar maken voor een mogelijke bezettingsmacht: Duitsland dus. Er worden beheersmaatschappijen (‘trusts’) opgericht in Londen en New York. In overleg met de gepensioneerde luitenant-generaal H.G. Winkelman van de Koninklijke Landmacht stelt Otten ondertussen een draaiboek op voor een eventuele evacuatie van Philips en zijn topfunctionarissen.

In de loop van 1938 lijft Duitsland zowel Oostenrijk als een deel van Tsjechoslowakije in. Op 1 september 1939 geeft rijkskanselier Adolf Hitler het bevel om Polen binnen te vallen, waarna Engeland en Frankrijk hem de oorlog verklaren. Vanaf november 1939 neemt ook de dreiging aan de grens met Nederland toe. Op 19 april 1940 kondigt het kabinet-De Geer de staat van beleg af.

Philips bereidt zich nauwgezet voor op een dreigende inval van de Duitsers. Het bedrijf werkt aan een evacuatieplan en wil zich juridisch gezien gaan vestigen in Willemstad op Curaçao. Het vermogen moet worden ondergebracht bij de ‘trusts’ in Londen en New York, waarmee de belangen van Philips in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika kunnen worden gewaarborgd. De laboratoria zullen volgens plan worden verhuisd naar Snowdenham Hall, ten zuidwesten van Londen. Ook moet alle antiek en zilverwaar van dr. Anton Philips in veiligheid worden gebracht.

President-directeur ir. Frans Otten van Philips speelde na de oorlog een vooraanstaande rol in de groei van PSV | © Erich Salomon President-directeur ir. Frans Otten van Philips speelde na de oorlog een vooraanstaande rol in de groei van PSV | © Erich Salomon

Frits Philips ontfermt zich
Consequentie van het plan is dat de NV in Eindhoven alleen nog een exploitatiemaatschappij zal bezitten, die in eerste instantie gaat worden beheerd door ir. Frits Philips, de enige zoon van Anton. Frits, te zien op de openingsfoto achter zijn bureau, is dan net 35 jaar oud en krijgt als voormalig reserve-luitenant van de Nederlandse regering de vredesopdracht toebedeeld om als verbindingsofficier te gaan fungeren tussen het ministerie van Defensie en Philips. Daarmee neemt hij de taak op zich om afweergeschut te gaan produceren. In april 1940 levert het bedrijf zijn eerste anti-tankkanon.

Op 9 mei 1940 treedt het evacuatieplan van Philips in werking. Frits heeft die avond getennist, maar is daarmee gestopt vanwege een telefoontje van Otten. Zijn zwager weet hem te vertellen, dat de Duitsers later die nacht Nederland zullen binnenvallen. Frits rijdt daarom direct naar de Machinefabrieken (tegenwoordig eigendom van VDL), waar alle machines conform het plan worden gedemonteerd en op transport gezet naar het gebied ten noordwesten van de grote rivieren. Ook de voornaamste stafleden van Philips en hun gezinnen verhuizen mee. In totaal gaat het om 150 mensen. Op die manier hoopt het bedrijf gevrijwaard te blijven van een blitzkrieg door de Duitsers. De reis verloopt desalniettemin zeer hectisch. De colonne krijgt een luchtaanval te verwerken en Frits is blij dat hij met zijn mensen en materialen onderdak vindt op enkele boerderijen in de omgeving van Klaaswaal. Humor houdt hen op de been. Ze zingen een zelfbedacht liedje:

‘Al gaat de oorlog nog zo scheef,
wij scheren ons met Philishave’

De oorlog is overweldigend voor Nederland. Duitse troepen trekken op 10 mei het land binnen en Rotterdam valt ten prooi aan een zwaar bombardement. Anton Philips, Frans Otten, enkele stafleden, meerdere ministers van het kabinet-De Geer en Koningin Wilhelmina maken zich op voor een langdurig verblijf in Londen en later New York. Frits besluit op het laatste moment om met zijn gezin vanuit Den Haag terug te keren naar Eindhoven.

Onder toezicht van Hitler
Op 11 mei geeft Hitler opdracht om de Philips-bedrijven in Eindhoven onder toezicht van de Duitse bezetter te plaatsen. Het concern kan niet aan zijn oorlogstaken ontsnappen en moet op last van de vijand zendbuizen en communicatiemiddelen gaan fabriceren.

Terug in Eindhoven heeft Frits Philips naar zijn eigen overtuiging een taak te vervullen. Hij is in Nederland achtergebleven om de belangen van het personeel te behartigen. Frits heeft niet lang getwijfeld over het belang van die missie. Biddend tot God heeft hij zich op rand van zijn bed, samen met zijn vrouw Sylvia, afgevraagd wat te doen. Toen viel hem de boodschap in: ‘Voel de taak die je nu krijgt niet als een zware last, je bent uitverkoren dat je deze verantwoordelijkheid mag dragen’, zo vertelt hij in zijn autobiografie 45 jaar met Philips uit 1976. Hij besluit de loonzakjes van de medewerkers alvast voor meerdere weken te vullen.

Frits belandt in een omgeving onder ‘totale verwarring’, zoals hij schrijft. De kans op krijgsgevangenschap neemt hij voor lief. Binnen enkele dagen slaagt hij erin om de rust terug te brengen in de fabrieken. Frits besluit zijn huis op landgoed De Wielewaal te verlaten en vestigt zich in Villa De Laak, de woning van zijn vader Anton. De Wielewaal ligt naar zijn zin te dicht bij het vliegveld en de kazernes in Oirschot, die door de Duitsers worden overgenomen. Ook zijn huis wordt bezet, daar vestigen zich officieren van de Luftwaffe.

Schuilkelders voor het Philips-personeel op het terrein nabij de fabrieken in Strijp, tegenwoordig beter bekend onder de namen 'Anton' en 'Gerard' (1939) | © Philips Company Archives Schuilkelders voor het Philips-personeel op het terrein nabij de fabrieken in Strijp, tegenwoordig beter bekend onder de namen 'Anton' en 'Gerard' (1939) | © Philips Company Archives

PSV: hoop ondanks zwaar verlies  
Intussen is de voetbalcompetitie stilgelegd. PSV speelt op 5 mei 1940 nog een uitwedstrijd tegen zuidelijk kampioen Juliana en komt vervolgens ruim twee maanden niet meer in actie. Het jonge team is al lang niet meer bij machte om de successen uit het recente verleden te evenaren of zelfs maar te benaderen. In 1938 heeft PSV zijn zevende afdelingstitel in tien jaar tijd veroverd, maar nu is de ploeg afgezakt naar de middenmoot van de ranglijst.

Daarbij heeft PSV in mei 1940 al wel een enorme domper te verwerken gekregen. Tijdens gevechten op de Grebbeberg is het jonge talent Johan Brusselers om het leven gekomen.

Toch is er sprake van een voor de toekomst hoopvolle ontwikkeling. Veel jeugdspelers zijn de laatste jaren doorgebroken, van wie Berend Scholtens, Frans Roosendaal en Harry van Elderen de bekendste zijn. Maar ook André Maessen, Janus en Koos Kleij, Martien Blatter en Wim Middel breken door vanuit de eigen rangen van PSV. Daarnaast blijkt Harrie Trines van Brabantia een welkome versterking.

PSV speelt zijn laatste wedstrijden van het seizoen op 13 juli en 4 augustus. De ontmoeting met LONGA wordt geannuleerd vanwege de oorlogssituatie. De ploeg eindigt dit seizoen als zesde, maar ondanks de oorlog verhult die matige klassering niet de opkomst van jonge spelers waarvan PSV nog tien tot vijftien jaar veel plezier zal hebben.

Bidprentje van de omgekomen PSV'er Johan Brusselers | © Clubblad De PSV'er medio 1940 Bidprentje van de omgekomen PSV'er Johan Brusselers | © Clubblad De PSV'er medio 1940

In deel 2: ondanks de oorlog is 1940 een topjaar voor PSV.

Bekijk ook

Van Bommel: LASK blijft gaan

Artikel

PSV TV Special: Jeroen Zoet

Video